Nederlanders denken liever niet aan sterfbed

algemeen
5
11 okt '08
Nederlanders zijn bang voor pijn, dementie en verlies van waardigheid in hun laatste levensfase.

Ze denken liever niet al te concreet aan wat er op het sterfbed kan gebeuren. Zo gemakkelijk als Nederlanders praten over begraven of cremeren, zo moeizaam loopt het gesprek over de wensen voor verzorging tijdens de laatste levensdagen. Daardoor sterven mensen onnodig vaak in een hospice of ziekenhuis, terwijl zij thuis hadden willen doodgaan. Transmuraal Netwerk Midden-Holland, een groep zorgaanbieders, vroeg onderzoeksbureau Motivaction te achterhalen wat terminale patiënten en hun families van zorgverleners verwachten. „Mensen praten eerder over de kop koffie na de dood, dan die voor de dood”, zegt directeur Lia Donkers. „Achteraf krijgen verzorgers nogal eens van nabestaanden te horen dat de overledene het eigenlijk anders had gewild.” Voor het onderzoek ’Sterven op je eigen manier’ werden 1570 mensen in verschillende levensfases geïnterviewd. Met gerichte vragen probeerde onderzoekster Frances van Berkel een tipje van de sluier op te lichten. De grootste groep (33 procent) die zij de socialen noemt, is het meest uitgesproken over de angst voor de dood. „Als je jong bent”, zegt een van hen, „dan is die angst er niet. Maar nu ouders, vrienden, oom en tante doodgaan, ga je denken: wat staat mij te wachten?” De groep van jonge ouderen, die in het leven graag trendvolgend zijn en liever niet opvallen – ze doen aan Sonja Bakker, omdat iedereen dat doet – verdringt de terminale fase. „Als je niets meer kunt, valt er weinig te kiezen”, is een veelgehoorde stelling. Maar deze Nederlanders hebben wel een grootse voorstelling van hun begrafenis. Het liefst zo majestueus mogelijk, à la Pim Fortuyn of André Hazes. Voor de pro-actieven (18 procent) is de dood onderdeel van hun leven. Het zijn voornamelijk vrouwen boven de 45, die in de zorg werken of mantelzorg verlenen aan terminale patiënten. Deze zeer bewuste Nederlanders zijn goed voorbereid op de laatste levensfase. Ze lopen vaak met een donorcodicil op zak en hebben al besloten over euthanasie, wel of niet reanimeren of behandelen. Voor hulpverleners is dit een voorbeeldige groep. Opmerkelijk is de groep rationelen (15 procent), de hoog opgeleide veertigers. „Heel kil en afstandelijk”, karakteriseert Van Berkel deze groep. „Ze zijn goed verzekerd, zoeken naar comfort, maar weten zich geen raad met hun gevoelens omtrent de dood.” Een van hen geeft aan er niet over te kunnen praten: „Mensen worden niet opgeleid om met de dood om te gaan, dat wordt weggedrukt.” Voor zorgverleners is dit wel de lastigste groep, omdat zij op het sterfbed blijven ontkennen. Gelovigen (12 procent), door Van Berkel de vertrouwenden genoemd, nemen de dood zoals die komt. Toch geven zij duidelijk aan niet eindeloos door te willen gaan met medische behandelingen. Ze willen het moment van overlijden in eigen hand houden. „Bij ons is de dood het omzetten van een knop”, zegt een van hen. „Het begin van het eeuwige leven. Die troost hebben wij wel.” Jongeren antwoorden op de meeste vragen over de dood en de laatste levensfase met ’ik weet niet’. Behalve als zij in hun omgeving met een sterfgeval te maken hebben gehad. Voor deze groep onbevangenen (22 procent) is de dood geen taboe, zij kunnen er zich simpelweg niets bij voorstellen.    

© MAROKKO.NL 2008
nederlanders
sterven
levensfase
bang
Log in met je MNL-ID
| wachtwoord vergeten?

Populaire tags
coronavirus
italië
rivm
griekenland
frankrijk
vluchtelingen
italie
utrecht
palestina
europa
atlasleeuwen
team marokko
frmf
casablanca
verenigde staten
golaso
politie
iran
eredivisie
turkije
syrië
hakim ziyech
caf
transfer talks
mohammed vi