De wijk Sheikh Jarrah in Jeruzalem: het volledige verhaal

buitenland
2
8 mei 23:26
De Israëlische regering is van plan Palestijnse gezinnen te dwingen hun woningen in de wijk Sheikh Jarrah in Jeruzalem te verlaten

In de nasleep van de verdrijving van honderdduizenden Palestijnen in 1948 door zionistische bendes om de weg vrij te maken voor de oprichting van de staat Israël, werden de oorspronkelijke bewoners gedwongen hun huizen in het historische Palestina te ontvluchten naar naburige landen.

Na deze gebeurtenissen, die bij de Palestijnen bekend werden als de 'Nakba', vestigden 28 Palestijnse families zich in 1956 in de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem, in de hoop dat dit de laatste keer zou zijn dat ze hun huizen moesten verlaten.

De gezinnen, waarvan het aantal sindsdien is gegroeid tot 38, menen dat ze dagelijks een nieuwe Nakba meemaken als gevolg van de vele pesterijen van Israëlische autoriteiten en kolonisten.

Rechtelijk besluit
Het Israëlische Gerechtshof in Oost-Jeruzalem keurde eerder dit jaar een besluit goed om vier Palestijnse families uit hun woningen in de wijk Sheikh Jarrah te zetten, ten gunste van Israëlische kolonisten.

Het hof zou donderdag een uitspraak doen over de uitzettingen, te midden van verhitte demonstraties en botsingen tussen Palestijnen en Israëlische kolonisten, maar de beslissing werd op het laatste moment uitgesteld tot 10 mei.

In het geval dat de rechtbank in het voordeel van de kolonisten beslist, zullen de Palestijnse families hun woningen verliezen. Het besluit zal soortgelijke gevolgen hebben voor andere Palestijnse gezinnen.

Begin van de tragedie
In 1956 bereikten de 28 gevluchte families een overeenkomst met het Jordaanse Ministerie van Bouw en Ontwikkeling en de VN-vluchtelingenorganisatie UNRWA om hen te huisvesten in de wijk Sheikh Jarrah.

In die tijd stond de Westelijke Jordaanoever nog onder Jordaans bestuur (1951-1967). Volgens de Civic Coalition for Palestinian Rights in Jerusalem (CCPRJ) heeft de Jordaanse regering het land ter beschikking gesteld, terwijl UNRWA de kosten voor de bouw van de 28 woningen voor deze gezinnen voor zich nam.

"In 1956 werd een contract gesloten tussen het Jordaanse ministerie en de Palestijnse families, met als belangrijkste voorwaarde dat de bewoners een symbolische vergoeding betalen, op voorwaarde dat het eigendom wordt overgedragen aan de bewoners na drie jaar na voltooiing van de bouw.", meldt CCPRJ in een verklaring.

Het voornemen werd in 1967 echter onderbroken door de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever (inclusief Jeruzalem), waardoor de woningen niet op de namen van families konden worden geregistreerd.

Reactie Jordanië
Vorige week meldde het Jordaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat het 14 geratificeerde overeenkomsten had verstrekt aan het Palestijnse Ministerie van Buitenlandse Zaken, bedoeld voor de bewoners van de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem. De documenten waren bedoeld als ondersteuning van de Palestijnse gezinnen bij hun claim op hun land en eigendommen.

Het Jordaanse ministerie heeft eerder al de Palestijnse zijde voorzien van documenten die de Jeruzalemieten zouden kunnen helpen om hun volledige rechten te behouden, inclusief huurcontracten, lijsten met namen van begunstigden en een kopie van de overeenkomst die in 1954 met UNRWA werd gesloten.

Tragedie hernieuwd in 1972
Het lijden van de Palestijnse gezinnen begon in 1972, toen het Sefardische Comité en het Knesset-comité van Israël beweerden dat zij eigenaar waren van het grondperceel waarop de huizen in 1885 waren gebouwd.

In juli 1972 vroegen de twee Israëlische verenigingen de rechtbank om vier families uit hun huizen te zetten en hen te beschuldigen van landroof, aldus de CCPRJ.

De Palestijnse families stelden een advocaat aan om hun rechten te verdedigen en in 1976 werd door de Israëlische rechtbanken een vonnis in hun voordeel uitgesproken.

De rechtbank besloot daarna echter, met behulp van een nieuwe registratie in het Israëlische Kadaster, dat het grondperceel toebehoort aan de Israëlische nederzettingenverenigingen.

Apartheidswet
In 1970 werd de wet inzake juridische en administratieve zaken in Israël van kracht, die onder meer bepaalde dat joden die in 1948 hun bezittingen in Oost-Jeruzalem verloren, hun eigendommen konden terugvorderen.

De Israëlische Peace Now-beweging zegt dat de wet Palestijnen niet toestaat hun eigendommen terug te vorderen die ze in 1948 in Israël hebben verloren, hetgeen bewijst het bestaan ​​van een aparte wet voor Joden en Palestijnen, zoals onlangs aangevoerd door mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.

In 1982 dienden de Israëlische nederzettingenverenigingen een uitzettingszaak in tegen 24 gezinnen in de wijk Sheikh Jarrah. 17 Palestijnse gezinnen werden opgelicht nadat ze de Israëlische advocaat Tosia Cohen hadden aangewezen om hen tijdens dit proces te verdedigen.

Terwijl de juridische strijd voortduurde had Cohen in 1991 een overeenkomst ondertekend, zonder medeweten van de Palestijnse families, dat het eigendom van het grondperceel toebehoort aan de nederzettingenverenigingen. De bewoners van de wijk kregen in plaats daarvan de status van huurder.

Volgens de CCPRJ had de advocaat daarna de Palestijnse gezinnen met uitzetting bedreigd als ze de huur niet zouden betalen aan de nederzettingenverenigingen. Ondertussen bleven Israëlische rechtbanken soortgelijke zaken behandelen van inwoners en nederzettingenverenigingen.

In 1997 spande Suleiman Darwish Hijazi, een Palestijnse inwoner, een rechtszaak aan bij het Israëlische Gerechtshof om zijn grondbezit te bewijzen, met behulp van eigendomsakte van het Ottomaanse Rijk, die uit Turkije waren meegenomen. De poging mislukte echter toen de rechtbank de claim in 2005 afwees.

Volgens de rechtbank hadden de documenten het grondbezit niet bewezen, het beroep van Hijazi werd in het daaropvolgende jaar afgewezen.

Begin uitzettingen
Jarenlang hebben Israëlische rechtbanken zaken behandeld die door nederzettingenverenigingen zijn ingediend tegen Palestijnse inwoners, evenals Palestijnse beroepen tegen gerechtelijke uitspraken ten gunste van kolonisten. In november 2008 werd de familie al-Kurd uit hun huis gezet, gevolgd door de uitzetting van de families Hanoun en al-Ghawi in augustus 2009.

De Palestijnse woningen werden overgenomen door kolonisten die er in alle haast Israëlische vlaggen hesen. De zaken markeerden een nieuwe fase voor het lijden van de Palestijnen in de wijk Sheikh Jarrah.

Tot dusver hebben 12 Palestijnse gezinnen in de buurt uitzettingsbevelen ontvangen van de Israëlische centrale en magistratenrechtbanken.

Onlangs dienden vier Palestijnse families een petitie in bij het Hooggerechtshof, de hoogste rechterlijke instantie van Israël, tegen een besluit om hen uit hun huizen te zetten. De rechtbank zal maandag uitspraak doen over de kwestie.

© MAROKKO.NL 2021
israel
palestina
al-aqsa-moskee
sheikh jarrah
kolonisten
jeruzalem
taraweeh
Log in met je MNL-ID
| wachtwoord vergeten?

Populaire tags
coronavirus
italië
rivm
griekenland
frankrijk
vluchtelingen
italie
utrecht
palestina
europa
atlasleeuwen
team marokko
frmf
casablanca
verenigde staten
golaso
politie
iran
eredivisie
turkije
syrië
hakim ziyech
caf
transfer talks
mohammed vi